Kunst, je houdt ervan of je haat het. Er is geen tussenweg. Je kan iets niet mooi én afschuwelijk vinden. De val van ‘smaak’, bestudeerd en bezongen door de grootste filosofen in onze moderne tijd. Innerlijke verscheurdheid? Onzin. Of niet? Raken we niet steeds wat overweldigd door wat we mooi vinden? Dus misschien toch mooi én verfoeilijk die elkaar ergens tegenkomen?
Deze archaïsche visie zou in het midden van de 20ste eeuw zwaar onder druk komen. De massale slachtpartijen die de Wereldoorlogen ons nalieten, wrongen ieder positivisme de nek om. De vooruitgang zou ons helemaal niet beter maken, nee, het zou ons verfoeien, uitspuwen en verkrachten.
Grote kunstenaars begrepen dit en zochten naar nieuwe mogelijkheden, niet langer ver van de mens maar net temidden van zijn habitat, zijn dagelijkse sleur en wee. Popular Art was geboren en zou de elite naakt in haar kleren zetten. Gewone objecten, eenvoudige portretten maar met een vernietigende ondertoon naar haar liefhebbers. Vervelend genoeg werd Pop Art net populair bij diezelfde elite. Je zou je voor minder weren als een duivel op een wijwatercanvas.
Warhol, enfant terrible, al viel hij best wel mee in vergelijking met bv. een Pollock, zou de wereld van de elite ondergraven. Zijn schijnbaar simpele prenten stonden in contrast met de abstracte waarden van de toen heersende kunstelite. Er zat ook geen diepgang in: een blik soep blijft eenmaal een blik soep. Of was het niet zo eenvoudig? Geen Heilige Drievuldigheid die zich roerde of een zoveelste schip op de woeste baren. Een blik soep dat zich vandaag nog steeds roert in onze postmoderne wereld.
Zijn pop art is een fundament voor moderne kunstenaars. Geen blik, andere kunst? Denk ik toch. De wereld had nood aan enkele onverlaten die eindelijk eens kunst zonder emoties wilden maken. Massaproductie, want dat was de maatschappij. Consumptie en verspilling, dat was wat onze maatschappij ons zou leren. Althans, het optimisme in het post-WOII tijdperk. Een sombere gedachte. Het heeft een kunstgenie nodig om dat passend te brengen. Warhol was slechts een schakel in het groter geheel. Maar hij zou tot vandaag zijn kringen doen uitdijnen in de roestige poel van kunstenaars.
Saint Feuillien Blond is een verademing in de wereld van blonde bieren. Het vloeit zacht maar verrast je met een korte twist van bitterheid. Dit bier zal je niet overvallen maar dat hoeft ook niet. Om zoveel kunstgeweld te begrijpen, moet je tijd krijgen. Je moet kunnen genieten van de zachtheid, achterover vallend in een te grote zetel en kijkend naar de wondere denkpatronen van Pop Art. Je hebt rust nodig en dat is exact wat dit bier je schenkt.
Saint Feuillien Blond en Warhol, om plots de kunst te begrijpen, een klein beetje dan toch.



