Dit is een vervolg op deze post.
- Gebruik maken van web 2.0. Sociale netwerksites zoals Facebook hebben het probleem begrepen. Zij zetten de nieuwste webtechnieken in om alles zo eenvoudig maar toch aangenaam mogelijk te maken. Met een snelle druk op de knop bereik je honderden zelfs duizenden mensen. Facebook, Twitter, … mogen dan wel Amerikaanse toepassingen zijn en hier met argusogen bekeken worden, de Amerikaanse en Aziatische jeugd gebruikt als geen ander de toepassingen die ze bieden om het culturele veld te ontdekken en te promoten onder vrienden.
- De mobiele wereld staat niet stil. Ook hier moeten we Amerika en Azië voorlaten, maar binnen de komende vijf à tien jaar zijn ook wij aan de beurt. Dit is een kans die niet gemist mag worden. Mobiele applicaties zullen belangrijk worden in de verspreiding van ideeën en nieuwe trends.
- Dit is tegelijk het volgende punt: toestellen zoals iPhone en Blackberry zullen niet de markt domineren, maar wel de weg openen naar vernieuwde toepassingen en technieken. Slechts enkele culturele organisaties hebben dit begrepen (zoals UitinVlaanderen) en ontwikkelden een uiterst eenvoudige toepassing die de culturele kalender voor een bepaalde locatie of een specifiek tijdstip weergeeft. Zij spelen in op de groeiende markt. Meer organisaties dienen deze kans aan te grijpen.
- UitinVlaanderen heeft dus een iPhone-applicatie. Naar de toekomst toe dient deze omgevormd te worden om ook andere platforms te ondersteunen. Maar misschien is het beter om te centraliseren, om te groeperen. Hiermee wil ik twee belangrijke zaken verdedigen: eenvoud en overzicht. Iedereen heeft graag alles zo eenvoudig mogelijk. Wanneer iets teveel tijd vergt, is de kans op afhaken enorm hoog. Op veel websites van culturele instellingen moet ik dit probleem vaststellen: een verouderde interface laat mij niet toe om gericht te zoeken en te vinden. De website heeft dus geen overzicht. Dit is een wijd verspreid probleem en moet bij nieuwe websites te allen tijde vermeden worden. Sober maar volledig moet het motto zijn. Stel u voor dat ouderen, die nu ook meer en meer de online wereld verkennen, zich suf dienen te zoeken naar de openingstijden van een bepaalde tentoonstelling of naar contactgegevens voor informatie. Je zou voor minder thuis blijven!
- Het gebruik van sexy applicaties. Een ideaal voorbeeld is iTunes of Windows Media Player. Ik stel me de vraag waarom deze op geen enkele manier betrokken worden bij de strijd tegen verveling (de voornaamste concurrent van “kunst en cultuur”)!? Gebruik korte beeldfragmenten van wat er te beleven valt, geluidsfragmenten van een audiogids of van een interview met de kunstenaar/artiest. Mensen dienen geprikkeld te worden, in het Engels “teasen” wat opnieuw die sexy ondertoon bevat. Dat is exact wat mensen nodig hebben: stimulans van de zintuigen. En hoe beter dan via moderne technieken die een hoop mensen kunnen aanspreken? Maak desbetreffend een catalogus beschikbaar, downloadbaar via deze applicaties (en hun webwinkel) zodat mensen ze rustig kunnen bekijken, meenemen, bekijken/beluisteren en/of tonen aan anderen.
- Push&Pull! Wat bedoel ik hiermee? Dit is een combinatie van bovenstaande punten. Al te vaak gebruiken we papieren folders die we neerleggen in de hoop dat mensen ze lezen. Grote winkels zoals Amazon of online mediasites zoals Facebook hebben dit begrepen en gebruik het “suggestie-principe”: met een eenvoudig algoritme trachten ze met behulp van suggestie overige producten aan de man te brengen. “I thought you would like this” is een niet te misverstaan principe en lokt heel wat nieuwsgierigen die misschien eerst niet geïnteresseerd waren. Hoe kan “kunst en cultuur” dit inzetten? Door groeperingen aan te brengen in haar diensten en evenementen. Opnieuw staan we dan voor de vraag van centralisatie maar die kunnen we vertalen naar samenwerking: tenslotte valt het ganse domein onder dezelfde noemer en zijn ze geen concurrenten van elkaar. Verveling is de algemene boosdoener (onder welke vorm dan ook) en slechts met verenigde krachten kan deze overwonnen worden. Praktisch kan dit bijvoorbeeld vertaald worden als volgt: tentoonstelling A biedt kunstenaar X, B biedt kunstenaar Y. Beide artiesten zitten in hetzelfde domein, maar A en B liggen verspreid van elkaar. Weinig bezoekers zullen beide bezoeken, maar dit is veeleer te wijten aan onwetendheid dan gebrek aan bereidheid. Een suggestie kan ze dan op weg helpen. Ook dit principe mag zeker niet onderschat worden!
Deze case study wordt zeker in de toekomst nog verder door mij bekeken en mogelijk met praktische voorbeelden uitgebreid. Momenteel echter wens ik deze ideeën zelf te ontwikkelen en naar een eventuele werkgever te vertalen. Om die reden schrijf ik niet alles neer en laat ik praktische toepassingen in grote mate achterwege.


