Les Demoisselles, ze zijn overal. Vrouwen, dames, mejuffrouwen. Erotiek voor de ene, zuivere sensualiteit voor de andere. Fauvisme zei men destijds, Wilden, Sauvages! Mon dieu, c’est parbleu! Kleuren en vormen, Matisse bracht ze allemaal samen. Fauvisme leefde aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, nog zo’n stroming die in deze woelige tijden zich manifesteerde. Een vleugje optimisme in eigen kunnen. Maar reeds in dat eerste decennium zou er een einde komen aan deze frivole kunststroming.
Fauvisme, moderne kunst, of toch een voorloper. Beter nog, een directe vaderfiguur. Het zou immers de basis leggen voor die starre verhoudingen die we na WO1 op ons af zien komen. Je weet wel, Nieuwe Zakelijkheid, Art Deco, strak in het pak, zonder compromis. Matisse echter begreep de kunst om kleur en vorm in een overgang te gieten. Hij begreep hoe maat en ritme kunstvormen bepalen. Maar hij begreep vooral hoe het menselijk schoon vorm moest geven aan zijn werk. In dit werk zien we vrouwen een worden met zichzelf en het schilderij. We zien vormen die we ook bij Picasso terugvinden, maar deze was vooral een kubist. Wie zien vormen die op zichzelf uniek zijn en toch zo alomvattend. Vormen die met andere woorden universeel zijn en daar draait de taal van kunst toch om?
Kunst begrijpen is geen kunst, het is een confrontatie met jezelf. Om die reden kies ik een bier dat de confrontatie met haar soortgenoten durft aangaan. Saisons zijn een typisch Belgisch product. Ze zijn de noeste arbeider die tijdens de wintermaanden voor zichzelf zorgde. Ze zijn de dorst die tijdens de zomer gelest wordt. Saison Dupont heeft dus een zware erfenis om tegen op te boksen. Fris, zuiver en kruidig, drie ingrediƫnten in een glas van opperste genot gegoten. Saison Dupont, voor een warme zomerdag.
Matisses vrouwen, kruidig, zuiver en fris, ook voor die warme zomerdag.



