Zondag 4 april opent de Sint-Gummaruskerk opnieuw haar deuren voor het ruime publiek. Als enthousiast liefhebber juich ik dit uiteraard toe. Maar ik stel mezelf de vraag in hoeverre ik kan bijdragen aan de publiekswerking: moet ik zelf gidsen, reclame maken of nog iets anders? Ik hou me tegenwoordig intensief bezig met e-cultuur en hoe we monumenten terug aantrekkelijk kunnen maken voor het publiek. Ik geloof dat ook kerken last hebben van hun imago. Misschien moeten we es afstappen van het principe dat “tonen, weten, kennen” dat is wat de bezoeker wil. Ik geloof dat een verhaal vertellen belangrijker en, het voornaamste, interessanter is.
Het verhaal achter de kerk
Een kerk leeft, zit vol verhalen, heeft een geschiedenis … Een goede verteller kan boeien, maar een goede verteller weet ook hoe zijn publiek te bespelen. De aandacht van een toeschouwer gaat uit naar kijken en luisteren, maar het verhaal moet blijven hangen, zelfs eenmaal de kerkdeur achter zich gesloten. Ik kan in mezelf talrijke verhalen over de kerk vertellen, verhalen die ik zelf ook elders wil horen. Verhalen over mensen in en rond de kerk, mensen die hun ziel achterlieten en die de mystiek van de kerk uitdroegen. Ik zou kunnen vertellen over de kunstenaars, hoe ze tot de top van Europa behoorden, de wereld veroverden met hun kunst en ook de dag van vandaag nog inspireren. Ik zou kunnen vertellen hoe de oorspronkelijke bouwheren nooit hun werk voltooid hebben gezien, hoe generatie na generatie gezwoegd heeft en hoe ook onze generatie zwoegt om alles in stand te houden. Ik kan vertellen over de stad, haar pracht en praal, rijkdom en armoede, oorlog en vrede, maar vooral hoe haar statige symbool de dag van vandaag nog steeds recht staat.
Maar misschien moet ik dat wel niet hier vertellen …
Voor meer info nodig ik u graag uit op de website van de kerk of van de glasramen