“Een witte dwerg is een ster die aan het einde van haar levenscyclus is gekomen” (bron: Wikipedia). Een ster dus ontdaan van haar glans en glorie. Een beetje zoals de Sint-Gummaruskerk er heden bijstaat: in de steigers en geen glasramen. Wat moet je doen als je plots in contact komt met een andere kerk die veel meer uitstraling biedt en ook professioneel beheerd wordt?
Probleemstelling
Culturele instellingen zijn geen concurrenten. Ze zwemmen in hetzelfde water maar ze hebben slechts een gezamenlijke vijand, die we allen kennen onder veel noemers: verveling, luiheid, desinteresse, saaiheid, … Ik vat het graag samen met de term “sexy” en wat cultuur de dag van vandaag nog voor velen net niet is. Het zou dus fout zijn om de pijlen op elkaar te richten, iets wat ik nochtans zo vaak zie gebeuren. Wat je krijgt is een hopeloos vechten en spierballen rollen zonder enige meerwaarde voor de consument. Ik zeg consument omdat naar mijn mening culturele instellingen meer en meer naar bedrijfsgerichte instanties moeten evolueren. Dat klinkt ingewikkeld, maar laat ik het eenvoudiger zeggen: een instelling moet beheerd worden, moet geld verdienen om het volgende jaar opnieuw te kunnen overleven. De tijd van Vadertje Staat ligt reeds lang achter ons. Toch zie je talrijke instellingen die niet zonder kunnen leven, zo ook de Sint-Gummaruskerk. Als ik er zo bij nadenk, overleeft volgens mij geen enkele instelling zonder overheidssteun. En toch bracht onlangs Giacometti nog 74M euro op!
Aanpak
Hier wil ik concreter zijn en opnieuw naar de kerk kijken: de Sint-Gummaruskerk heeft die unieke collectie glasramen. De Sint-Janskerk te Gouda heeft echter een veel ruimer aanbod van ramen (72!). Ze zijn jonger, vanaf de 16de eeuw, maar getuigen van zo’n groot meesterschap dat het soms moeilijk wordt om ouderdom als maatstaf aan te houden. Men is dus snel geneigd om in het “wij wel en jullie niet”-scenario te vallen. Een gapende kuil die zo gemakkelijk gegraven is, maar eenmaal erin, heel moeilijk om nog uit te geraken. We moeten dus samenwerken en zoeken naar overeenkomsten. Gelukkig zijn die redelijk voor de hand liggend: in beide kerken schonken het Bourgondisch-Habsburgse koningshuis. Ik ben geen expert op dit vlak, maar ik besef wel het belang van dit vorstenhuis. Graag zeg ik al eens dat dit de enigste periode was waarin Vlaanderen op wereldschaal iets voorstelde. Een vorstenhuis dat doorheen de Nederlanden haar macht liet optekenen in glasramen, volgens mij zit daar voldoende materiaal in om toch enkele sceptici en twijfelaars over de streep te trekken. Maar je moet het aangenaam brengen, met voldoende vermaak en entertainment. En net daar schuilt het addertje: tracht zulk idee maar es te verkopen aan de beheerders van de kerk. Te vaak nog houden zij vast aan het ideaal van een kerk als plaats voor liturgie en niet als museum. Je zit dus met een heel moeilijke situatie die veel overleg vereist. Ik geloof echter dat het mogelijk moet zijn om tot een compromis te komen. Zeker wanneer je de begeleiding en steun kan genieten van een instelling die al 80 jaar actief is in dit soort zaken, nl. het fonds Goudse Glazen.
Risico
Een belangrijk neveneffect is het gevaar voor vulgarisering. Cultuur zal nu eenmaal slechts 30% van de mensen aanspreken. Je mag niet zomaar vervallen in plat commercieel gedoe want zo mis je het volledige punt. Er mag echter wel aandacht zijn voor het volkse. Glasramen vertellen immers zo vaak het verhaal voor de ongeletterde massa en dat zie je in beide kerken duidelijk naar voren komen. Maar het volk gaf vanuit haar eigen “volks zijn” geen aanzet tot glasramen: het waren de rijken en machthebbers die dit deden. En dit moet dus zeker het centrale thema worden van een mogelijk samenwerking: de Bourgondisch-Habsburgse dynastie die schenkingen deed om haar macht in de Nederlanden te bestendigen. Ik vrees echter dat heden vele mensen niet kunnen inschatten op wat een hoog niveau onze culturele bloei was: slechts weinigen koppelen de term “Vlaamse Primitieven” aan de welvaartsstaat die we toen waren. Het zou echter een onmogelijke taak worden om dit alles in een enkele samenwerking uit te werken en concreet te maken. De drang naar groter en meer is verleidelijk, maar teveel hooi op je vork nemen heeft nog niemand geholpen. Laten we ons dus beperken tot onze core-business, nl. glasramen en zien hoe we van daaruit verder kunnen.
Concreet
Beide kerken hebben dus dezelfde schatten, richten zich op hetzelfde publiek en hebben raakvlakken die zo veel meer zijn dan het gebouw an sich. Tijd dus om de koppen bij elkaar te steken, uitwisselingen op poten te zetten en zien hoe we een gezamenlijk doel kunnen opbouwen. De pijlen moeten zich richten naar die nog-niet-overtuigde cultuur-enthousiast die zonder een voetdruk achter te laten voorbij gaat aan alles. Zij worden het moeilijkste publiek om te overtuigen en zijn slechts te bereiken met een heel concreet product. De ervaring van een fonds Goudse Glazen kan helpen om management-gerichte oplossingen te bieden, het enthousiasme van de Lierse vrijwilligers dient dan om alles in een geheel te gieten en te realiseren. Volgens mij een meer dan haalbare cocktail!


